ECLI:NL:CRVB:2013:CA0935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering ZW- en WW-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden als krantenbezorger
Appellant ontving vanaf april 2008 een Ziektewetuitkering en vanaf januari 2010 een Werkloosheidswetuitkering. Het UWV ontving een melding dat appellant sinds augustus 2008 kranten bezorgde, wat hij niet had gemeld. Na onderzoek met getuigenverklaringen en nachtelijke waarnemingen concludeerde het UWV dat appellant vanaf september 2008 tot mei 2010 werkzaamheden verrichtte als krantenbezorger gedurende zes dagen per week.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de terugvorderingsbesluiten ongegrond, omdat appellant zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen en de werkzaamheden als loonwaardige arbeid moesten worden beschouwd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de werkzaamheden niet zelfstandig verrichtte en dat hij het UWV via een derde had geïnformeerd, maar deze stellingen werden niet ondersteund door bewijs.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bewijs, waaronder verklaringen van getuigen en waarnemingen, voldoende aannemelijk maakte dat appellant de werkzaamheden zelfstandig verrichtte. De Raad bevestigde dat het loon aan de vader van appellant was uitbetaald maar terecht aan appellant werd toegerekend. De Raad bevestigde de herziening en terugvordering van de ZW- en WW-uitkeringen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van ZW- en WW-uitkeringen wegens niet gemelde werkzaamheden als krantenbezorger.