ECLI:NL:CRVB:2013:CA0093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatie zorgfunctie Begeleiding groep bij leveringsvoorwaarde B1
Appellant, volledig rolstoelafhankelijk door een hoge dwarslaesie, had een indicatie voor diverse zorgfuncties op grond van de AWBZ. Na bezwaar en eerdere vernietiging van een besluit door de rechtbank Zutphen, heeft het CIZ een nieuw besluit genomen waarin appellant niet werd geïndiceerd voor de zorgfunctie Begeleiding groep.
Appellant stelde dat hij wel recht had op deze functie omdat deze toezicht omvat en hij extra nachtdiensten nodig had. De Raad beoordeelde de criteria uit de Indicatiewijzer 4.0 en de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ, waarin de zorgfunctie Begeleiding groep alleen kan worden toegekend bij leveringsvoorwaarde B2 of hoger, niet bij B1 zoals bij appellant het geval was.
De Raad concludeerde dat het CIZ niet in strijd met wet- en regelgeving heeft gehandeld en dat appellant niet voldoet aan de criteria voor Begeleiding groep. Tevens wees de Raad het verzoek tot vergoeding van financiële en immateriële schade af, omdat appellant deze niet voldoende had onderbouwd. Het beroep op het fair trial-beginsel werd eveneens verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Zutphen bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant wordt niet geïndiceerd voor de zorgfunctie Begeleiding groep.