ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging maatregel wegens niet-naleving re-integratieverplichtingen zonder medische verschoonbaarheid
Appellant, werkzaam als bagagemedewerker, meldde zich ziek wegens rug- en beenklachten en kreeg een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde een Plan van Aanpak op voor re-integratie, waarbij appellant verplicht werd deel te nemen aan een traject bij De Werkplaats. Op 3 november 2008 verscheen appellant niet, waarop het UWV een maatregel oplegde in de vorm van een uitkeringsverlaging.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit besluit omdat voorafgaand geen medisch onderzoek had plaatsgevonden, wat strijdig was met de Awb. Het UWV liet vervolgens alsnog een bezwaarverzekeringsarts onderzoek doen.
De arts concludeerde dat appellant op 3 november 2008 geen verschoonbare medische reden had om niet deel te nemen aan het traject. De Raad volgde dit oordeel en handhaafde de maatregel. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
De Raad oordeelde dat de medische klachten zoals episcleritis en een ontstoken blaar geen belemmering vormden voor re-integratie. Ook het psychologisch onderzoek kort na de datum bevestigde dat appellant in staat was het traject te volgen. De maatregel was daarmee rechtmatig opgelegd.
Uitkomst: De maatregel tot verlaging van de Ziektewetuitkering wordt gehandhaafd omdat appellant geen verschoonbare medische reden had om niet te verschijnen.