ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente over niet-betaalde vakantiedagen en ATV-dagen bij faillissement werkgever
Appellant was werkzaam bij een werkgever die failliet ging, waarna hij een uitkering wegens betalingsonmacht bij het UWV aanvroeg. Het geschil betrof de berekening van het tegoed aan niet-genoten vakantiedagen, ATV-dagen en KNV-dagen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV ten onrechte geen rekening hield met de arbeidsrechtelijke regel dat oude vakantiedagen als eerste worden opgenomen.
De Raad stelt vast dat ATV- en KNV-dagen niet gelijkgesteld kunnen worden aan vakantiedagen en dat niet-genoten KNV-dagen niet aan het vakantietegoed worden toegevoegd. Het UWV heeft terecht per categorie verlofdagen bepaald tot welk aantal de aanspraak kan worden overgenomen. Wel heeft het UWV nagelaten te beslissen over de vergoeding van wettelijke rente over de nabetaalde bedragen.
De Raad vernietigt de besluiten van 3 januari 2011 en 4 oktober 2012 voor zover het gaat om het nalaten van rentevergoeding en veroordeelt het UWV tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellant. De wettelijke rente wordt berekend vanaf 26 maart 2010 tot aan de dag van volledige betaling.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de nabetaalde bedragen en proceskosten aan appellant.