ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over toepassing sociale zekerheidswetgeving op consulaire bediende met geprivilegieerdenstatus
Betrokkene, een Britse staatsburger, woont sinds 1973 in Nederland en werkte eerst bij Nederlandse bedrijven en het Britse consulaat, daarna vanaf 1980 bij het Amerikaanse consulaat in Amsterdam. Door haar geprivilegieerdenstatus is zij vrijgesteld van Nederlandse sociale verzekeringspremies en belasting.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelt dat zij voor de AOW verzekerd was tot 18 november 1980, maar niet daarna, omdat de VS geen EU-lidstaat is en de geprivilegieerdenstatus haar uitsluit van verzekering. De rechtbank Amsterdam oordeelde echter dat zij ook na die datum verzekerd was, omdat de Britse nationaliteit gelijkgesteld moet worden met de Nederlandse op grond van Verordening 1408/71 en zij duurzaam in Nederland verblijft.
De Raad stelt vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van Verordening 1408/71 en 1612/68, met name of betrokkene door haar werkzaamheden bij het Amerikaanse consulaat buiten het toepassingsgebied van Verordening 1408/71 valt, en of de geprivilegieerdenstatus een rechtvaardiging vormt voor het onderscheid in verzekeringspositie. De behandeling van de zaak wordt aangehouden tot het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De behandeling van het geding wordt aangehouden tot het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan over de prejudiciële vragen.