ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in tweede spoor
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft een loonsanctie opgelegd aan betrokkene wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweede spoor voor een werknemer die sinds maart 2009 ziek was. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door appellant werd afgewezen. De rechtbank Middelburg vernietigde het besluit echter wegens onzorgvuldige voorbereiding.
In hoger beroep stelt appellant dat betrokkene vanaf medio juli 2009 onvoldoende heeft onderbouwd waarom er geen benutbare mogelijkheden waren voor re-integratie en dat het tweede spoor te laat is opgestart. Betrokkene voerde aan dat zij de behandelingen en herstelperioden van de werknemer moest afwachten en voldoende informatie had verstrekt.
De Raad oordeelt dat uit de medische en arbeidsdeskundige rapportages blijkt dat werknemer vanaf medio juli 2009 wel belastbaar was en dat betrokkene onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Het feit dat betrokkene handelde op advies van de bedrijfsarts doet hieraan niet af. De verantwoordelijkheid voor re-integratie ligt bij betrokkene. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft van kracht wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweede spoor.