ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking terugwerkende intrekking deeltijd-WW-uitkeringen
Betrokkenen ontvingen deeltijd-WW-uitkeringen op basis van door hun werkgeefster verstrekte urenopgaven. Appellant trok deze uitkeringen met terugwerkende kracht in, omdat volgens hem niet aan het vereiste arbeidsurenverlies was voldaan.
De rechtbank oordeelde dat artikel 4, lid 1, van de Beleidsregels van toepassing is, waardoor intrekking niet mogelijk is vóór de dag waarop appellant kenbaar maakte dat de uitkering ten onrechte werd verstrekt. Dit beschermt het vertrouwen van verzekerden dat zij recht hadden op de uitkering.
Appellant voerde aan dat deze beleidsregel niet van toepassing was in deze situatie, omdat de uitkering aan de werkgeefster was betaald en deze op de hoogte moest zijn geweest van het ontbreken van recht. De Raad verwierp dit en bevestigde dat de beleidsregel ook hier geldt.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht de intrekking beperkte tot de periode vanaf de dag van kennisgeving tot 9 mei 2010. Appellant bracht geen bijzondere omstandigheden aan die afwijking rechtvaardigen. Het hoger beroep werd verworpen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de intrekking van de uitkeringen wordt beperkt tot de periode vanaf de dag van kennisgeving tot en met 9 mei 2010.