ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens onvolledige melding zelfstandige werkzaamheden
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WW-uitkering in te trekken en de onverschuldigd betaalde uitkering terug te vorderen vanaf 17 september 2004, omdat hij zijn werkzaamheden als zelfstandige niet volledig had gemeld. Uit onderzoek bleek dat appellant aanvankelijk geen uren als zelfstandige had opgegeven en later een veel lager aantal uren dan daadwerkelijk gewerkt.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat appellant zijn werknemerschap had verloren per 17 september 2004 en dat het UWV terecht de terugvordering had opgelegd. Appellant voerde aan dat hij onjuist was geïnformeerd over de opgave van uren, en dat zijn re-integratiecoach hem niet had gewezen op het verschil tussen directe en indirecte uren.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door onvolledige en onjuiste opgave van uren. Het UWV was verplicht de uitkering in te trekken en terug te vorderen, aangezien geen dringende redenen voor afzien van terugvordering aanwezig zijn. Het beleid uit de ZZP-Handleiding is op consistente wijze toegepast. Het beroep tegen het besluit van 9 november 2010 wordt ongegrond verklaard, maar het beroep tegen het eerdere besluit van 7 augustus 2009 wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 7 augustus 2009 wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, het beroep tegen het besluit van 9 november 2010 wordt ongegrond verklaard.