ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering met toepassing haalplicht
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat hij niet hoefde op te geven voor de uren waarvoor de WW-uitkering reeds was beëindigd en dat hij aan zijn informatieplicht had voldaan door alleen de meeruren op te geven. Tevens voerde hij aan dat het Uwv onduidelijk was over de opgave van indirecte uren en dat uren in het kader van het IRO-traject niet betrokken mochten worden bij herziening en terugvordering.
De Raad oordeelde dat appellant de opgaveplicht had geschonden omdat hij zowel directe als indirecte uren had moeten opgeven. De uren in het kader van het IRO-traject vielen onder de eigen bedrijfsvoering en mochten worden betrokken bij de herziening. De haalplicht was op appellant van toepassing omdat hij voorafgaand aan de WW-uitkering zelfstandigenaftrek had geclaimd inclusief indirecte uren.
Het Uwv had het buitenwettelijk begunstigend beleid, zoals vermeld in de Handleiding herbeoordeling ZZP-dossiers, op consistente wijze toegepast. Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten en publicatie van de bedrijfsnaam werd afgewezen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het Uwv bevoegd was de WW-uitkering te herzien en terug te vorderen en wijst het verzoek om schadevergoeding af.