ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar na een anonieme melding startte de gemeente een onderzoek naar haar samenwoning met appellant. Uit dossieronderzoek, waterverbruikgegevens en verklaringen bleek dat appellanten feitelijk hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en zorg aan elkaar verleenden.
Het college trok de bijstand over de periode van 24 september 2009 tot 30 maart 2010 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellanten ongegrond, waarop hoger beroep werd ingesteld.
De Raad oordeelde dat het hebben van een relatie niet automatisch betekent dat aan de inlichtingenplicht is voldaan. Appellante had niet gemeld dat zij samenwoonde en zorg verleende, wat relevant was voor de bijstandsverlening. De onderzoeksgegevens boden een toereikende feitelijke grondslag voor de conclusie van gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg.
De schending van de inlichtingenplicht leidde tot de bevestiging van de intrekking en terugvordering van de bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.