ECLI:NL:CRVB:2013:BY9857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurbetaling tijdens detentie wegens ontbreken acute noodzaak
Appellant, die sinds 1996 bijstand ontvangt, werd in december 2009 gedetineerd vanwege een eerder opgelegde gevangenisstraf. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen trok de bijstand per 19 december 2009 in en wees een aanvraag voor bijzondere bijstand voor het doorbetalen van huur en vaste lasten af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat de afwijzing onterecht is, maar de Raad bevestigt dat op grond van artikel 13 WWB Pro gedetineerden geen recht op bijstand hebben, tenzij zeer dringende redenen dit rechtvaardigen. De Raad oordeelt dat het risico op ontbinding van de huurovereenkomst door betalingsachterstand geen acute noodsituatie vormt. Bovendien zijn er geen zeer bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
Appellant voerde nog het vertrouwensbeginsel aan en verwees naar een rapport van de Nationale Ombudsman over het uitblijven van eerdere aanhouding, maar deze gronden werden verworpen. De Raad concludeert dat het hoger beroep faalt en bevestigt de eerdere uitspraak, waarmee ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor huurbetaling tijdens detentie wordt bevestigd.