ECLI:NL:CRVB:2011:BT2086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurkosten tijdens detentie wegens ontbreken acute noodsituatie
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor doorbetaling van de huur tijdens zijn detentie van 27 april 2010 tot en met 21 februari 2011. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage wees deze aanvraag op 10 augustus 2010 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat op grond van artikel 13 lid 1 sub a WWB Pro personen die hun vrijheid zijn ontnomen geen recht op bijstand hebben. Alleen bij zeer dringende redenen kan het college hiervan afwijken, maar dit vereist een acute noodsituatie die niet op andere wijze kan worden verholpen.
De Raad stelt vast dat het risico dat de huurovereenkomst wordt ontbonden wegens niet betalen van huur tijdens detentie niet als een acute noodsituatie geldt. Bovendien is niet gebleken dat de woning daadwerkelijk is ontruimd. Het college hanteert een buitenwettelijk beleid waarbij bijstand in de vorm van een lening wordt verstrekt indien de detentie niet langer dan zes maanden duurt. Omdat de detentie van appellant langer was, is het besluit van het college in overeenstemming met het beleid.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor huurkosten tijdens detentie wordt bevestigd.