ECLI:NL:CRVB:2013:BY8924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- W.F. Claessens
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening en terugvordering bijstand wegens onvoldoende feitelijke grondslag gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand en het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen herzag en vorderde deze bijstand terug wegens vermeende gezamenlijke huishouding met V en verzwegen inkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, maar de Raad oordeelt dat het hoger beroep niet ontvankelijk is voor de periode 1 mei 2007 tot 30 juni 2008 omdat appellant dit niet heeft bestreden.
Voor de periode van 1 mei 2001 tot 31 juli 2006 (periode II) concludeert de Raad dat het college onvoldoende feitelijke grondslag heeft voor de herziening en terugvordering. De verklaringen van getuigen zijn onvoldoende concreet en de gegevens over waterverbruik bieden geen sluitend bewijs dat appellant zijn hoofdverblijf niet had op zijn eigen adres. De Raad vernietigt het besluit en draagt het college op een nieuwe berekening te maken voor de overige periodes.
De Raad veroordeelt het college in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 januari 2013.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor de periode 1 mei 2001 tot 31 juli 2006 wegens onvoldoende feitelijke grondslag en het hoger beroep is niet-ontvankelijk voor de periode 1 mei 2007 tot 30 juni 2008.