ECLI:NL:CRVB:2013:BY8778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep beveelt inhoudelijke beslissing over nabetaling te veel gewerkte uren brandweer
Appellant heeft bij het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg verzocht om nabetaling van te veel gewerkte uren in de periode van 1 juni 1999 tot 1 juni 2006, mede gebaseerd op de Europese richtlijn 93/104/EG en het arrest C-151/02 van het Hof van Justitie, waarin beschikbaarheidsdienst als arbeidstijd wordt beschouwd.
Het dagelijks bestuur weigerde een inhoudelijke beslissing te nemen en verklaarde het verzoek buiten behandeling, onder meer vanwege vermeende overschrijding van redelijke termijn en het ontbreken van bezwaar tegen eerdere betalingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het dagelijks bestuur het verzoek niet buiten behandeling had mogen laten, omdat geen fatale termijn was gesteld en er geen bezwaar was gemaakt tegen latere betalingen. De Raad draagt het dagelijks bestuur op binnen twaalf weken het gebrek in het besluit te herstellen en een inhoudelijke beslissing te nemen.
Voor de periode 1 juni 1999 tot 31 mei 2004 staat het dagelijks bestuur vrij analoge toepassing te geven aan artikel 4:6 Awb Pro. Voor de periode 1 juni 2004 tot 1 juni 2006 geldt dat appellant volgens de richtlijn maximaal 48 uren per week mocht werken, terwijl hij gemiddeld 54 uren werkte. De vergoeding voor te veel gewerkte uren kan lager zijn dan de regeling vanaf 1 juni 2006, maar een vergoeding van zes keer 75% van het uurloon is voorstelbaar.
Een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechtbankprocedure valt buiten het bereik van dit hoger beroep en wordt niet behandeld.
Uitkomst: Het dagelijks bestuur wordt opgedragen binnen twaalf weken een inhoudelijke beslissing te nemen over het verzoek tot nabetaling van te veel gewerkte uren.