ECLI:NL:CRVB:2013:BY8388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling noodzaak scholing en passende arbeid bij WW-uitkering
In deze zaak gaat het om de vraag of appellant recht heeft op vergoeding van kosten voor een opleiding tot rij-instructeur categorie A en B in het kader van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV heeft dit verzoek afgewezen omdat er vacatures zijn in passende functies op de regionale arbeidsmarkt die zonder nadere scholing kunnen worden vervuld.
De Centrale Raad van Beroep heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat het UWV bij een eerder besluit onjuist uitvoering heeft gegeven aan een eerdere uitspraak, met name door onvoldoende toetsing aan de Beleidsregels Protocol Scholing 2008 en het advies van het Loopbaan Adviescentrum Limburg. Het UWV is daarop opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
Bij het nieuwe besluit van 26 oktober 2012 heeft het UWV opnieuw geoordeeld dat de scholing niet noodzakelijk is, mede op basis van de Richtlijn passende arbeid 2008 en na afweging van het advies van het Loopbaan Adviescentrum. De Raad bevestigt dit besluit en verklaart het beroep tegen dit besluit ongegrond. Het beroep tegen het eerdere besluit van 26 januari 2011 wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 januari 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 26 januari 2011 wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het besluit van 26 oktober 2012 wordt ongegrond verklaard.