ECLI:NL:CRVB:2013:BY8137

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-4292 WW-R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie van uitspraak over besluitbegrip in Awb

De Centrale Raad van Beroep heeft op 9 januari 2013 een rectificatie uitgesproken van haar uitspraak van 20 juni 2012 (LJN BW9092). De rectificatie betreft een kennelijke onjuistheid in de eerste volzin van onderdeel 5.3 van de oorspronkelijke uitspraak, waarin ten onrechte werd gesteld dat er geen sprake was van een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

In de rectificatie is deze zin bekort zodat de onjuiste passage wordt verwijderd, waarbij de rest van de uitspraak ongewijzigd blijft. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over de rectificatie, maar hebben hiervan geen gebruik gemaakt.

De gerectificeerde uitspraak is als een nieuw exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gepubliceerd op rechtspraak.nl, waarbij het oorspronkelijke exemplaar is verwijderd. Het LJN-nummer blijft gelijk. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep, bestaande uit voorzitter G.A.J. van den Hurk en leden H.G. Rottier en M. Greebe, in aanwezigheid van griffier P. Boer.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep heeft een kennelijke onjuistheid in een eerdere uitspraak gecorrigeerd en een gerectificeerd exemplaar gepubliceerd.

Uitspraak

11/4292 WW-R
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 20 juni 2012, 11/4292 WW
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[A. te B. ] (betrokkene)
Datum uitspraak: 9 januari 2013
PROCESVERLOOP
Vastgesteld is dat de uitspraak van de Raad van 20 juni 2012, LJN BW9092, een kennelijke onjuistheid in de overwegingen bevat.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over rectificatie van de uitspraak. Van die gelegenheid hebben partijen geen gebruik gemaakt.
OVERWEGINGEN
1. Vastgesteld is dat de eerste volzin van onderdeel 5.3 van de uitspraak van 20 juni 2012 een kennelijke onjuistheid bevat.
2. De eerste volzin van onderdeel 5.3 luidt thans:
“Naar aanleiding van het daartegen gemaakte bezwaar heeft appellant vervolgens bezien of dit standpunt juist was en heeft appellant terecht het eerder ingenomen standpunt gehandhaafd dat niet op het verzoek kon worden beslist en dat hier geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb.”
3. Het laatste gedeelte van deze volzin na “beslist” is kennelijk onjuist gelet op wat in de laatste volzin van onderdeel 5.2 van de uitspraak is overwogen.
4. De eerste volzin van onderdeel 5.3 dient te worden bekort tot:
“Naar aanleiding van het daartegen gemaakte bezwaar heeft appellant vervolgens bezien of dit standpunt juist was en heeft appellant terecht het eerder ingenomen standpunt gehandhaafd dat niet op het verzoek kon worden beslist.”
5. De hiervoor weergegeven wijziging wordt in een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak hersteld.
6. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het LJ-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 20 juni 2012, 11/4292 WW, als onder 4 is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2013.
(getekend) G.A.J. van den Hurk
(getekend) P. Boer