ECLI:NL:CRVB:2013:BY8082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht en zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving een WW-uitkering en kreeg geen toestemming om met behoud van deze uitkering een eigen bedrijf te starten. Ondanks deze waarschuwing is appellant gestart met zelfstandige werkzaamheden en heeft hij dit niet gemeld aan het Uwv. Het Uwv schatte het aantal gewerkte uren als zelfstandige op 20 uur per week vanaf 16 december 2008 en trok de uitkering volledig in vanaf 27 maart 2009 toen appellant verklaarde 40 uur per week te werken.
De rechtbank oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat hij als zelfstandige werkte en door onjuiste uren door te geven. De opgelegde boete van € 2.080,- werd als evenredig beschouwd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij onvoldoende was voorgelicht en dat hij beschikbaar bleef voor de arbeidsmarkt, maar dit verweer werd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat appellant zowel objectief als subjectief verwijtbaar heeft gehandeld. Het Uwv mocht de WW-uitkering herzien en intrekken en de onverschuldigd betaalde uitkering terugvorderen. De opgelegde boete is passend gelet op de ernst van de overtreding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WW-uitkering en de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht.