ECLI:NL:CRVB:2013:BY8074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag loonkostensubsidie wegens ontbreken recht op WW-uitkering bij indiensttreding
Appellante heeft een aanvraag voor loonkostensubsidie ingediend voor een werknemer die op 1 maart 2011 in dienst trad. Het UWV wees de aanvraag af omdat de werknemer op dat moment geen recht meer had op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond en verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij op basis van e-mails van een werkgeversadviseur en een werkcoach gerechtvaardigde verwachtingen had dat de subsidie zou worden toegekend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de tekst van de wet geen ruimte biedt voor het toekennen van loonkostensubsidie in deze situatie en dat de e-mails geen gerechtvaardigde verwachting scheppen. De verwachting in de e-mails was gebaseerd op een moment waarop de werknemer nog wel recht had op WW, wat bij indiensttreding niet meer het geval was.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag loonkostensubsidie wordt afgewezen omdat de werknemer geen recht meer had op WW-uitkering bij indiensttreding en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.