ECLI:NL:CRVB:2013:BY8061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verrekening onverschuldigd betaalde Ziektewet-uitkering met WW-uitkering bevestigd
Appellant was ziek gemeld en ontving een voorschot op een Ziektewet-uitkering van het UWV. Later bleek dat zijn werkgever een loondoorbetalingsverplichting had, waardoor appellant geen recht had op deze uitkering. Het UWV vorderde het voorschot van ruim €3.660 terug, maar appellant betaalde niet en reageerde niet op verzoeken om financiële gegevens te verstrekken.
Het UWV bracht appellant vervolgens vanaf juli 2010 in aanmerking voor een WW-uitkering en verrekende het onverschuldigd betaalde bedrag met deze WW-uitkering, zonder rekening te houden met de beslagvrije voet. Appellant voerde aan dat hij telefonisch had voldaan aan zijn inlichtingenverplichting en dat het UWV onterecht zonder overleg het bedrag had ingehouden.
De Raad oordeelde dat appellant niet had voldaan aan de wettelijke inlichtingenverplichting omdat hij het formulier voor inkomensonderzoek niet had ingevuld en teruggestuurd. Het UWV was bevoegd om het bedrag te verrekenen zonder rekening te houden met de beslagvrije voet. Ook was er geen sprake van gewekt vertrouwen dat het UWV anders zou handelen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verrekening van het onverschuldigd betaalde ZW-bedrag met de WW-uitkering zonder rekening te houden met de beslagvrije voet bevestigd.