ECLI:NL:CRVB:2013:928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant viel in 2006 uit wegens psychische klachten en kreeg in 2008 een WGA-uitkering toegekend omdat hij 58% arbeidsongeschikt was. Na een herbeoordeling in 2010 concludeerde het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering in. Appellant maakte bezwaar en stelde dat er sprake was van een somatoforme stoornis die een urenbeperking rechtvaardigde, ondersteund door medische rapporten.
De rechtbank Zutphen verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellant niet had onderschat. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de rapporten van het UWV overtuigend, waarbij het rapport van de psychiater Van Nijen doorslaggevend was. Het door appellant overgelegde behandelingsplan en andere medische stukken boden onvoldoende nieuwe informatie.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank. De Raad vond dat de latere medische rapporten en de toegekende WIA-uitkering per 2012 niet relevant waren voor de datum in geschil. Er was geen aanleiding voor nader medisch onderzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WGA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.