ECLI:NL:CRVB:2013:909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf 2003 bijstand en stond ingeschreven op een bepaald uitkeringsadres. In 2011 startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij onder meer een huisbezoek, verbruiksgegevens van water en energie en verklaringen van buurtbewoners werden verzameld. Het college concludeerde dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde en trok de bijstand met ingang van 1 september 2011 in, met terugwerkende kracht vanaf 14 januari 2007, en vorderde €61.422,73 terug.
Appellant voerde aan dat hij wel op het adres woonde en dat het opvragen van verbruiksgegevens onrechtmatig was. De Raad oordeelde dat het college de bewijslast droeg en dat de bevindingen, waaronder het lage energie- en waterverbruik en het huisbezoek, voldoende waren om vast te stellen dat appellant niet woonde op het adres. Het opvragen van gegevens was wettelijk toegestaan en proportioneel. De verklaringen van appellant en getuigen waren onvoldoende concreet om dit te weerleggen.
De Raad verwierp ook het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.