ECLI:NL:CRVB:2013:835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering en terugvordering voorschot door UWV
Appellant meldde zich op 14 januari 2008 ziek met klachten en ontving vanaf 11 januari 2010 een voorschot op een WIA-uitkering. Het UWV stelde later vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Het voorschot werd teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling van de verzekeringsartsen juist was en dat appellant in staat was om passende werkzaamheden te verrichten. Daarom had appellant geen recht op de WIA-uitkering en moest het voorschot worden terugbetaald.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat terugvordering onredelijk was vanwege zijn schuldsaneringstraject. De Raad volgde dit niet, vond de medische beoordeling juist en oordeelde dat er geen dringende redenen waren om terugvordering te laten achterwege.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; geen recht op WIA-uitkering en voorschot van €10.294,84 moet worden teruggevorderd.