Uitspraak
2 mei 2011, 10/2433 (aangevallen uitspraak 1) en 10/2881 (aangevallen uitspraak 2)
mr. C. Roele.
OVERWEGINGEN
6 augustus 2007 opgestelde FML en zich daarbij heeft aangesloten. Nu het moment van aanvang verzekering en het opstellen van de FML door Arbo Unie dicht bij elkaar liggen valt deze werkwijze te begrijpen. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten gezien voor twijfel aan de juistheid van de aldus opgestelde FML. De omstandigheid dat appellant niet goed heeft kunnen functioneren in zijn werkzaamheden in Wsw-verband vormt een aanwijzing dat hij bij aanvang verzekering forse beperkingen had op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren. De bezwaararbeidsdeskundige heeft in voldoende mate gemotiveerd dat appellant geen resterende verdiencapaciteit had bij aanvang verzekering.
c. volledige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 46, tweede lid;
(…).”
(LJN BM2756).
LJN AX4595) is voor de toepassing van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder a, van de WAO vereist dat de omstandigheden van het geval voldoende en ondubbelzinnige indicaties geven voor het bestaan van een reële en volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering ingevolge de WAO. Hierbij geldt dat het enkele feit dat voor of bij aanvang van de verzekering klachten of beperkingen bestaan, niet toereikend is voor het aannemen van arbeidsongeschiktheid.
6 augustus 2007, opgesteld in het kader van een herindicatie voor de Wsw. Deze rapportage bevat, anders dan door de rechtbank in aangevallen uitspraak 1 gesteld, geen FML, zodat een vertaalslag noodzakelijk was.
29 mei 2005 gestelde randvoorwaarden. Een bevestiging van dit standpunt kan worden gevonden in het advies van de Arbo Unie van 6 augustus 2007, waarin de Arbo Unie onder het kopje “structuur” stelt dat alle werkplekken tot conflicten hebben geleid omdat de werkgever de richtlijnen en adviezen van de Arbodienst niet heeft gerespecteerd. Voorts is het, gelet op het verleden van appellant en zijn (mede) daaruit voortvloeiende psychische klachten, invoelbaar dat aan hem aangeboden functies waarbij sprake in substantiële mate sprake was van contact met (kleine) kinderen voor appellant problemen bleken op te leveren.
BESLISSING
A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2013.