Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 1 februari 2012 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand van februari 2003 tot maart 2011. Gemeente Breda onderzocht haar mogelijke inkomsten uit prostitutie, wat leidde tot intrekking van bijstand over de periode 2007-2011 en terugvordering van €59.016,02. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond voor een deel van de periode en beval een nieuw besluit.
In hoger beroep betwistte appellante de bevoegdheid van de commissie en de schending van de inlichtingenplicht. De Raad oordeelde dat de commissie bevoegd was op grond van delegatie door het college van burgemeester en wethouders en dat de aard van de bevoegdheden zich niet tegen overdracht verzette.
De Raad stelde vast dat appellante daadwerkelijk op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte, betaald in natura, en dat zij geen administratie bijhield, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De intrekking en terugvordering werden niet als disproportioneel beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de intrekking en terugvordering gehandhaafd blijven. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.