ECLI:NL:CRVB:2013:2771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op bijzondere bijstand voor huurkosten eerste gebroken maand
Appellant, ontvanger van een ouderdomspensioen, huurt sinds 8 maart 2011 een woning met een maandelijkse huur van €595,05. Vanaf 1 april 2011 is huurtoeslag toegekend. Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de hoge woonkosten over maart 2011, die door het college werd afgewezen omdat huurtoeslag als passende voorliggende voorziening werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste bestreden besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede bestreden besluit ongegrond, met de overweging dat huurtoeslag een passende en toereikende voorziening is, ook al werd deze pas vanaf april toegekend.
In hoger beroep stelt appellant dat de Wet op de huurtoeslag geen passende voorziening is voor de gebroken maand maart 2011, omdat huurtoeslag niet over gebroken maanden wordt toegekend. De Raad oordeelt dat de huurtoeslag inderdaad als voorliggende voorziening geldt, maar niet voor de eerste gebroken maand. Het college heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen en de Raad vernietigt het bestreden besluit.
De Raad draagt het college op binnen zes weken het besluit te herstellen en nader onderzoek te doen naar de toekenning van bijzondere bijstand voor maart 2011. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut op 10 december 2013.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college wordt opgedragen het besluit te herzien betreffende bijzondere bijstand voor maart 2011.