ECLI:NL:CRVB:2013:2736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonvaststelling en restrictieve uitleg starter/herintreder in Ziektewetuitkering
Betrokkene was tot 30 augustus 2009 in loondienst en ontving daarna een WW-uitkering tot eind november 2009. Vanaf december 2009 tot juli 2010 was hij niet werkzaam, waarna hij in dienst trad bij het CNV. Op 14 juli 2011 kende het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een Ziektewetuitkering toe, gebaseerd op een dagloon van € 98,49, berekend als het loon in het refertejaar gedeeld door 261.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de berekening onjuist was en dat artikel 6 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen anders uitgelegd moest worden. In hoger beroep stelde het UWV dat artikel 6 terecht Pro niet werd toegepast en dat het begrip starter/herintreder restrictief moet worden uitgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkene in december 2009 als werknemer moet worden beschouwd omdat hij toen een WW-uitkering ontving, die onder het loonbegrip valt. De restrictieve uitleg van het begrip starter/herintreder betekent dat artikel 6 niet Pro van toepassing is. De dagloonvaststelling moet daarom volgens de hoofdregel plaatsvinden door het totaal van het loon in het refertejaar te delen door 261.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen sprake van ongelijke behandeling en de wetgever had bewust het toepassingsgebied van afwijkingen van de hoofdregel beperkt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het dagloon wordt vastgesteld volgens de hoofdregel door het loon te delen door 261.