ECLI:NL:CRVB:2013:2489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verblijf buiten gemeente en niet-melding autohandel
Appellant ontving bijstand en inkomensvoorziening op grond van de WWB en WIJ, maar het college stelde op basis van onderzoek vast dat hij zonder melding zijn hoofdverblijf buiten ’s-Hertogenbosch had en zich bezighield met autohandel. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Het rapport van de sociale recherche en verklaringen van getuigen wezen uit dat appellant en zijn gezin vanaf medio 2009 buiten ’s-Hertogenbosch woonden. Daarnaast werden transacties met meerdere voertuigen vastgesteld die appellant niet had gemeld, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellant voerde diverse verweren aan, zoals onjuiste identificatie van zijn partner en culturele verklaringen voor kentekenregistraties, maar deze werden verworpen. De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verblijf buiten de gemeente en niet-melding van autohandel.