Uitspraak
27 december 2012, 12/1631 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
- onder verwijzing naar de uitspraken van de Raad van 19 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU7263, en 18 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1309
- overwogen dat er naast de op de artikelen 15 en 19 van de Wmo gebaseerde eigen bijdrage geen ruimte is om voorafgaand aan de toelating tot de Wmo een vermogenstoets of een andere inkomenstoets toe te passen. Dat de eigen verantwoordelijkheid van de burger in de Wmo een grote rol speelt, staat daar volgens de rechtbank los van.
12 februari 2013 heeft appellant aan betrokkene voor de periode van 22 september 2012 en tot en met 31 december 2013 een voorziening toegekend in de vorm van hulp bij het huishouden, HH1, voor vier uur per week.
In het debat is uitdrukkelijk de vraag aan de orde geweest of er sprake is van (een noodzaak tot) compensatie, als iemand een voorziening zelf kan betalen. Hierop is tot tweemaal toe door de staatssecretaris verduidelijkt dat het amendement zo begrepen moet worden dat gemeenten eigen bijdragen kunnen vragen. De staatssecretaris ziet het amendement en het kunnen vragen van een eigen bijdrage niet als twee verschillende regiems. De staatssecretaris heeft in dat kader aan de Tweede Kamer toegezegd de eigenbijdrageregeling te zullen uitwerken in een algemene maatregel van bestuur, waarin uitwerking zal worden gegeven aan de bedoeling van het amendement (Kamerstukken II 2005/06, 30 131, nr. 98, blz. 58-61). De staatssecretaris heeft tijdens de parlementaire behandeling meermalen benadrukt dat er in het kader van het amendement geen vermogenstoets zal plaatsvinden.
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 41,-;
- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 466,- wordt geheven.
D.S. de Vries als leden, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 november 2013.