Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Omdat de omvang van de werkzaamheden en de inkomsten uit deze werkzaamheden niet duidelijk zijn, kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
.De enkele stelling dat zijn aanwezigheid in het bedrijf voortkwam uit eigen initiatief en dat hij al die jaren nooit een cent heeft gekregen kan, wat daarvan zij, niet tot een ander oordeel leiden. Voor de vraag of de werkzaamheden op geld waardeerbaar zijn is niet van belang of appellant gehouden was op de werkplek aanwezig te zijn en of hij daarvoor betaling ontving, maar of hij voor zijn aanwezigheid en werkzaamheden een betaling had kunnen bedingen. Dat is hier, gelet op die aanwezigheid op een vaste werkplek en de verrichte werkzaamheden, onmiskenbaar het geval.
.Tegen de uitoefening van die bevoegdheid zijn geen gronden gericht.