ECLI:NL:CRVB:2013:2332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.S. van der Kolk
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voortzetting Wajong-uitkering bij emigratie naar Thailand
Appellant, sinds 1987 gerechtigd tot een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1998 werd omgezet in een Wajong-uitkering, verzocht om voortzetting van deze uitkering bij emigratie naar Thailand. Het UWV verleende aanvankelijk tijdelijke toestemming voor verblijf in Thailand, maar weigerde later toestemming voor permanente emigratie met behoud van uitkering.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, stellende dat geen medische noodzaak bestond voor verblijf in Thailand en dat de angst voor een aneurysma onvoldoende was om het exportverbod buiten toepassing te laten. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn persoonlijke omstandigheden en psychologische noodzaak een uitzondering rechtvaardigen en voerde ongerechtvaardigde discriminatie aan ten opzichte van WAO-gerechtigden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het exportverbod van de Wajong-uitkering uitgangspunt is en dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen geldt. De aangevoerde redenen van appellant vallen niet onder de zwaarwegende gronden zoals medische behandeling, arbeid of volgen van verzorgers. Psychologische factoren en sociaal netwerk in Thailand zijn onvoldoende om onbillijkheid van overwegende aard aan te nemen.
Ook het beroep op ongelijke behandeling met WAO-uitkeringen faalde, aangezien de wettelijke grondslagen en voorwaarden verschillen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het exportverbod van de Wajong-uitkering bij emigratie naar Thailand wordt bevestigd.