Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 september 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: R. Hopster).
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster, een 64-jarige vrouw met borstkanker, vroeg om haar Wajonguitkering mee te mogen nemen naar Turkije waar zij zich wilde laten behandelen met fytotherapie. Het UWV wees dit verzoek af op basis van medisch advies dat reguliere behandelingen in Nederland beschikbaar zijn en fytotherapie ook in Nederland wordt aangeboden.
Verzoekster beriep zich op het Turkse associatierecht en de hardheidsclausule, stellende dat zij in Turkije een oncoloog heeft die ook gespecialiseerd is in fytotherapie en dat zij daar een sociaal netwerk heeft. De rechtbank oordeelde dat het associatierecht niet van toepassing is op de Wajonguitkering en dat de hardheidsclausule alleen in uitzonderlijke gevallen geldt.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster geen medische noodzaak had aangetoond voor behandeling in Turkije en dat het sociale netwerk onvoldoende is om de hardheidsclausule toe te passen. Verzoekster wordt niet onrechtmatig beperkt in haar vrije keuze van behandeling, maar het meenemen van de uitkering is niet toegestaan.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af en bevestigde het exportverbod van de Wajonguitkering bij verblijf in het buitenland.
Uitkomst: Het verzoek om de Wajonguitkering mee te nemen naar Turkije voor behandeling met fytotherapie wordt afgewezen.