ECLI:NL:CRVB:2013:2138
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoeken tegen raadsheer en wrakingskamer Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft tijdens hoger beroep wrakingsverzoeken ingediend tegen raadsheer M. Hillen en de wrakingskamer van de Centrale Raad van Beroep. Verzoeker stelde dat de raadsheer en de wrakingskamer leden zijn van een criminele organisatie en dat de hoger beroepen onterecht door een enkelvoudige kamer werden behandeld.
De Raad overwoog dat wraking alleen mogelijk is tegen individuele rechters op grond van feiten of omstandigheden die twijfel aan hun onpartijdigheid rechtvaardigen. Een wrakingsverzoek tegen het gehele rechterlijk college is niet ontvankelijk. De stellingen van verzoeker waren onvoldoende onderbouwd en betroffen bovendien procedurele beslissingen die geen wrakingsgrond vormen.
De Raad concludeerde dat geen sprake was van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en wees de wrakingsverzoeken af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 22 oktober 2013.
Uitkomst: De wrakingsverzoeken tegen raadsheer Hillen en de wrakingskamer worden afgewezen wegens gebrek aan gegronde wrakingsgronden.