ECLI:NL:CRVB:2013:2122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij intrekking bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug tot een bedrag van €28.805,99. Appellant maakte bezwaar via zijn advocaat, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het bestreden besluit niet aangetekend was verzonden en dat hij het besluit niet had ontvangen, waardoor de bewijslast bij het college zou moeten liggen. De Raad oordeelde echter dat het college het besluit terecht aan het kantooradres van de gemachtigde had verzonden en dat de gemachtigde de ontvangst niet had betwist. Omdat appellant zijn gemachtigde niet had ontheven van het verschoningsrecht, had hij de bewijsnood over zichzelf afgeroepen.
De Raad stelde vast dat de termijn voor het instellen van beroep was verstreken en dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Daarom was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen zonder verschoonbare termijnoverschrijding.