ECLI:NL:CRVB:2013:2116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.J. Schaap
- I.M.J. Hilhorst‑Hagen
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag indicatie ZZP 5C voor behandeling GGZ na verslechterde situatie appellant
Appellant, een minderjarige met ernstige gedragsproblemen en een verslechterde situatie na beschuldiging van seksueel misbruik, was geïndiceerd voor opname in een GGZ-instelling. Bureau Jeugdzorg (Bjz) wees een aanvraag voor een ZZP 5C in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB) af, omdat opname in een GGZ-instelling noodzakelijk werd geacht en de ambulante zorg niet toereikend was.
Bjz bood aan te bemiddelen bij plaatsing in een GGZ-instelling, maar appellant vertrok binnen acht dagen na zijn aanvraag naar een ervaringsleerproject in Portugal, zonder de plaatsing in Nederland af te wachten. De Raad oordeelde dat Bjz redelijkerwijs tijd moest krijgen om een geschikte plek te vinden en dat het weigeren van een crisisgroep in een GGZ-instelling voor eigen risico van appellant kwam.
De Raad concludeerde dat de geïndiceerde zorg op korte termijn gerealiseerd kon worden en dat appellant niet in aanmerking kwam voor het gevraagde ZZP 5C. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor indicatie ZZP 5C in PGB-vorm wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.