Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant viel op 20 oktober 2008 uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit van 6 december 2010 vast dat appellant niet arbeidsongeschikt was in de zin van de Wet WIA en daarom geen recht had op een uitkering. Dit besluit werd gehandhaafd bij het bestreden besluit van 27 mei 2011. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
Appellant voerde aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen, waaronder artrose en COPD, onvoldoende waren meegewogen. Hij verzocht ook om benoeming van een onafhankelijk deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met alle relevante klachten en medische informatie. De bezwaarverzekeringsarts had de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) meerdere malen aangepast op basis van nieuwe medische gegevens.
De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat appellant met zijn beperkingen in staat was om drie geduide functies uit te oefenen. De stelling dat appellant vanwege COPD niet in een kas zou kunnen werken, werd niet onderbouwd met medische gegevens. Het verzoek om een onafhankelijk deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.