Uitspraak
20 juni 2012, 11/1087 (aangevallen uitspraak)
mr. M.J.H.H. Fuchs.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2013.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering op basis van 25-35% arbeidsongeschiktheid. Na melding van verslechtering van zijn gezondheid in augustus 2010, voerde het Uwv verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek uit. Op basis hiervan werd de uitkering herzien naar 45-55% arbeidsongeschiktheid met ingang van 16 augustus 2010.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard door het Uwv. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de beperkingen niet waren onderschat. De rechtbank vond de medische onderzoeken en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat en zag geen reden tot aanpassing op basis van vermoeidheid en vergeetachtigheid zonder medisch substraat.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en dat hij niet in staat was een volledige werkweek te werken. Nieuwe medische informatie werd niet aangeleverd. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.