ECLI:NL:CRVB:2013:1995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als assistent bode, meldde zich ziek met diverse klachten waaronder fibromyalgie. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij per 8 juli 2010 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en de vastgestelde belastbaarheid juist was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar fibromyalgie en dat zij volledig arbeidsongeschikt was. Zij wees op een latere vaststelling van volledige arbeidsongeschiktheid per 14 januari 2011 en verzocht om inschakeling van een deskundige. De Raad stelde vast dat de medische gegevens over fibromyalgie reeds in de eerdere beoordeling waren betrokken en dat de toename van klachten na 8 juli 2010 niet tot een ander oordeel leidt.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 oktober 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid per 8 juli 2010 minder dan 35% bedroeg.