Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2013.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die in Duitsland als boekhouder en personeelsfunctionaris werkte, meldde zich op 24 juli 2008 ziek. Na vernietiging van een eerder besluit van het UWV, stelde het UWV bij besluit van 21 januari 2011 vast dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige beoordeling, waaronder de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 29 maart 2011, een juiste grondslag vormde. De beperkingen in de FML waren mede gebaseerd op psychiatrische rapporten van prof. dr. A.H. Schene en psychiater i.o. R.A. van Grieken.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen door de stoornis van Asperger werden onderschat en dat hij daardoor geen werkzaamheden in loondienst kon volhouden. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat het psychiatrische rapport geen steun bood voor deze stelling. De bezwaarverzekeringsarts had het rapport betrokken bij haar beoordeling. Omdat geen nieuwe gegevens waren ingebracht, zag de Raad geen reden om het standpunt van de rechtbank te wijzigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.