ECLI:NL:CRVB:2013:1703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende inzichtelijke brutering terugvorderingsbedrag bijstand
Appellant ontving bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB) en werd geconfronteerd met een terugvordering wegens niet gemelde inkomsten uit hennepteelt. Het college verhoogde het terugvorderingsbedrag over 2009 met een brutering van € 562,10 loonheffing. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar appellant stelde dat de berekening onvoldoende inzichtelijk was.
De Raad beoordeelde dat het college wel bevoegd was tot brutering, maar dat het bestreden besluit niet duidelijk maakte hoe het bruteringsbedrag was berekend. Er was onduidelijkheid over de periode waarop de verstrekte bijstand en de loonheffing betrekking hadden, en het college had niet toegelicht of de periode van bijstand in december 2009 gevolgen had voor de berekening.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en droeg het college op binnen zes weken de gebreken te herstellen door een nieuwe, inzichtelijke berekening te maken en toe te lichten. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en motivering bij terugvorderingsbesluiten in het sociale zekerheidsrecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college opgedragen de gebreken in de berekening van het bruteringbedrag binnen zes weken te herstellen.