Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bij het UWV een verzoek ingediend om een WAO-uitkering met toepassing van een verkorte wachttijd wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft dit verzoek geweigerd omdat de toename van beperkingen niet voortvloeit uit dezelfde ziekteoorzaak als waarvoor zij eerder een WAO-uitkering ontving, namelijk zwangerschap en bevalling.
De rechtbank heeft het standpunt van het UWV bevestigd en geoordeeld dat de verzekeringsgeneeskundige rapportages voldoen aan de wettelijke eisen en dat er geen sprake is van een toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak. Appellante voerde in hoger beroep aan dat ook haar eerdere lichamelijke en psychische klachten waren toegenomen en dat er sprake was van toegenomen beperkingen in de periode van 17 oktober 2008 tot 2 oktober 2010, maar deze stellingen zijn niet onderbouwd met objectieve medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep heeft de nieuwe stukken die appellante ter zitting overhandigde buiten beschouwing gelaten omdat het UWV hier niet op kon reageren en appellante deze stukken eerder had kunnen indienen. De Raad concludeert dat het UWV terecht de WAO-uitkering heeft geweigerd en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.