ECLI:NL:CRVB:2013:1657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt niet-ontvankelijkverklaring wegens griffierecht en wijst zaak terug naar rechtbank
Appellant had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn zou hebben betaald. Appellant stelde in hoger beroep dat hij de aangetekende brief met de betalingstermijn niet had ontvangen en dat de termijn op de zittingsdatum nog niet was verstreken.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht de procedure en constateerde dat de rechtbank het onderzoek ter zitting had gesloten terwijl de betalingstermijn nog liep. Tevens bleek dat de brief van 26 oktober 2012 niet was teruggezonden als niet afgehaald, zoals de rechtbank veronderstelde. Hierdoor was appellant niet tijdig op de hoogte gesteld van de betalingstermijn.
De Raad oordeelde dat de rechtbank appellant ter zitting had moeten wijzen op de inhoud van de brief en de termijn voor betaling, en het onderzoek had moeten schorsen in afwachting van betaling. De niet-ontvankelijkverklaring was daarom onterecht.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling. Tevens werd bepaald dat het UWV het door appellant betaalde griffierecht in hoger beroep moest vergoeden.
Er werd geen vergoeding van proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van het griffierecht is vernietigd en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank.