ECLI:NL:CRVB:2013:1650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WW-uitkering wegens zelfstandige werkzaamheden na oriëntatieperiode
Appellant ontving vanaf 1 december 2009 een WW-uitkering. Hij kreeg toestemming voor een oriëntatieperiode tot 1 januari 2010 om een eigen bedrijf te starten, waarbij hij geen werkzaamheden mocht verrichten die het werknemerschap zouden aantasten.
Na deze periode verrichtte appellant activiteiten gericht op het overnemen of starten van een fietsenstalling of -winkel. Hij gaf deze uren niet aan het Uwv door. Het Uwv herzag daarom zijn WW-uitkering met terugwerkende kracht en vorderde onverschuldigd betaalde uitkering terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant terecht als zelfstandige werd beschouwd vanaf 4 januari 2010. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad dit oordeel. De Raad oordeelde dat de werkzaamheden het oriënteren overstegen en gericht waren op het verkrijgen van geldelijk voordeel, waardoor appellant zijn werknemerschap deels verloor.
Appellant had de uren moeten opgeven en zijn eigen interpretatie dat dit niet nodig was, werd verworpen. Het Uwv was op grond van de WW verplicht tot herziening en terugvordering. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van de WW-uitkering worden bevestigd.