ECLI:NL:CRVB:2013:1346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellant ontving sinds juli 2009 een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand en werkte vanaf september 2009 in het kader van een Work First Traject bij Paswerk. Hij werd geplaatst in een schakelklas waar hij basale vaardigheden ontwikkelde om uiteindelijk toe te treden tot de reguliere arbeidsmarkt. Op 7 oktober 2009 meldde hij zich ziek.
Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat appellant voorafgaand aan zijn ziekmelding geen loonvormende arbeid had verricht en niet verzekerd was voor de WIA. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond tussen appellant en Paswerk. De werkzaamheden vonden plaats binnen een re-integratietraject en waren niet gericht op reguliere arbeid.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij wel loonvormende arbeid verrichtte. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat voor het aannemen van een dienstbetrekking moet worden gekeken naar de arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek, waarbij alle omstandigheden van het geval in onderling verband worden bezien. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken van privaatrechtelijke dienstbetrekking en loonvormende arbeid.