Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 15 juni 2011 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als verkeersleider bij Rijkswaterstaat, verzocht om uitbreiding van zijn arbeidsduur van 36 naar 40 uur per week vanwege de berekening van zijn SBF-uitkering bij ontslag. De minister wees dit verzoek af vanwege voorgenomen bezuinigingen en het dienstbelang om het aantal fte's te beperken.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de afwijzing ten onrechte was gebaseerd op een dienstbelang en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde de Raad vast dat het verzoek terecht werd beoordeeld op grond van artikel 21, tweede lid, van het ARAR, dat een dienstbelang vereist voor afwijzing.
De Raad vond dat het dienstbelang bij bezuinigingen en beperking van fte's zwaarder woog dan het persoonlijke belang van appellant. Het feit dat uitbreiding van de arbeidsduur tot hogere SBF-uitkeringen leidt, terwijl overwerk dat niet doet, versterkt dit belang. Ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eerdere toestemmingen onder andere financiële omstandigheden vielen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot afwijzing van zijn verzoek tot uitbreiding van arbeidsduur is ongegrond verklaard.