ECLI:NL:CRVB:2013:1064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering partnertoeslag wegens te late stopzetting
Appellant had studiefinanciering inclusief een partnertoeslag ontvangen, die de Minister bij besluit introk en terugvorderde wegens het te hoge inkomen van de partner. De Minister herzag het besluit gedeeltelijk na bezwaar, maar handhaafde de terugvordering over 2009 en een deel van 2010. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de motivering tijdens de beroepsprocedure was aangevuld.
In hoger beroep stelde appellant dat de Minister de hardheidsclausule had moeten toepassen omdat hij de toeslag tijdig wilde stopzetten, maar te laat was. Ook stelde hij dat het stopzettingsformulier als een verzoek met terugwerkende kracht moest worden opgevat. De Raad oordeelde dat appellant bekend was met de voorwaarden en de mogelijkheid tot stopzetting, maar dat hij het formulier pas indiende nadat de inkomensgrens was overschreden, waardoor het verzoek te laat was.
De Raad vond geen aanwijzingen dat het formulier een verzoek met terugwerkende kracht inhield en stelde dat appellant na de te late stopzetting actie had kunnen ondernemen, maar dit naliet. Ook was niet gebleken dat appellant onjuist was voorgelicht. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 juli 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de herziening en terugvordering van de partnertoeslag terecht is omdat appellant de toeslag te laat heeft stopgezet.