ECLI:NL:CRVB:2012:BY7822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op uitbetaling niet-genoten vakantie-uren bij ontslag van ambtenaar met ziekteverlof
Betrokkene was vanaf 2003 gedeeltelijk ziek en werd in mei 2009 ontslagen. Bij ontslag werd een uitbetaling van 331,2 vakantie-uren toegekend, gebaseerd op maximaal twee jaar aanspraak volgens artikel 24 lid 1 ARAR Pro. Betrokkene vorderde uitbetaling over een langere periode vanaf 2004, met een minimum van 144 uur per jaar.
De rechtbank had eerder het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit van 2010 vernietigd, oordelend dat betrokkene recht had op uitbetaling over de langere periode. De Raad toetste dit aan de Europese richtlijn 2003/88 en het arrest Schultz-Hoff, dat bepaalt dat vakantie-uren bij ziekte niet vervallen, en het arrest KHS/Schulte dat een onbeperkte cumulatie bij langdurige ziekte uitsluit.
De Raad concludeerde dat de regeling van twee jaar vakantie-uren (2,3 jaar in dit geval) in overeenstemming is met de richtlijn en jurisprudentie. De eerdere uitspraak die een langere periode toekende, werd vernietigd. Het beroep van betrokkene tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat de ambtenaar recht heeft op uitbetaling van vakantie-uren over maximaal 2,3 jaar en vernietigt de eerdere uitspraak die een langere periode toekende.