ECLI:NL:CRVB:2012:BY7657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste woonsituatie
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij niet op het opgegeven adres in Amersfoort woonde, maar bij haar ex-partner in Zeist. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode mei 2006 tot oktober 2008.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit deels, maar liet de rechtsgevolgen van de intrekking en terugvordering in stand. Appellante stelde in hoger beroep dat dit tot een verzwaring van haar bewijslast leidde en dat zij daardoor in haar procesbelangen werd geschaad.
De Raad oordeelt dat de rechtbank niet de feitelijke grondslag heeft gewijzigd en dat appellante voldoende gelegenheid heeft gehad haar standpunten te presenteren. Uit verklaringen, waterverbruikgegevens en het ontbreken van essentiële voorzieningen in de woning volgt dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden. Dringende redenen om af te zien van terugvordering zijn niet aannemelijk gemaakt.
Het college heeft het bezwaar over de tegemoetkoming kinderopvang herzien en het bedrag aangepast. De Raad verklaart het beroep tegen dit besluit ongegrond en bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.