ECLI:NL:CRVB:2012:BY6799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid gemeente voor huishoudelijke verzorging na 1 januari 2007 en schadevergoeding wegens redelijke termijnoverschrijding
Appellante, bekend met het syndroom van Marfan en een dwarslaesie, had jarenlang indicaties voor huishoudelijke verzorging via CIZ op grond van de AWBZ. Vanaf 1 januari 2007 vallen voorzieningen voor huishoudelijke verzorging echter onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waardoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om besluiten te nemen over aanvragen.
Appellante diende op 2 januari 2007 een aanvraag in bij CIZ, die haar terecht meedeelde dat zij niet bevoegd was en dat de aanvraag bij de gemeente moest worden ingediend. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door CIZ ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat CIZ de redelijke termijn had overschreden en veroordeelde tot een schadevergoeding van € 2.500.
De Raad bevestigt de bevoegdheid van het college en wijst het hoger beroep af op dat punt. Wel oordeelt de Raad dat de rechtbank de periode van mediation te ruim heeft meegerekend, waardoor de schadevergoeding moet worden verhoogd naar € 3.000 wegens een overschrijding van ruim tweeënhalf jaar. Verder bevestigt de Raad de overige onderdelen van het vonnis en veroordeelt CIZ in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: CIZ wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 3.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en het college is bevoegd voor huishoudelijke verzorging vanaf 1 januari 2007.