ECLI:NL:CRVB:2012:BY6697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens niet ongeschiktheid tot werk
Appellant heeft na beëindiging van zijn WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid zich ziek gemeld vanuit een WW-uitkering wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV heeft na onderzoek geconcludeerd dat appellant niet ongeschikt is tot werk en heeft daarom ziekengeld geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant ten minste één van de voorgestelde functies kon vervullen.
Appellant voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan als eerder, zonder nieuwe medische informatie te overleggen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het standpunt van het UWV, en stelde vast dat er geen reden was om aan de juistheid van de weigering te twijfelen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 december 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.