ECLI:NL:CRVB:2012:BY6581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoogte dwangsom bij niet tijdig beslissen op bezwaar WWB
Appellant ontvangt sinds 1983 bijstand op grond van de WWB en kreeg in 2005 een ontheffing van arbeidsverplichtingen voor drie jaar. Het college verlengde deze ontheffing in 2009, maar verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze verlenging ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onzorgvuldig onderzoek.
Vervolgens werd appellant uitgenodigd voor een psychodiagnostisch onderzoek dat hij niet wilde ondergaan. Het college legde daarom de arbeidsverplichtingen opnieuw op en verklaarde het bezwaar van appellant tegen het besluit van 2 maart 2009 gegrond, maar stelde geen dwangsom vast voor het niet tijdig beslissen op bezwaar.
De Centrale Raad oordeelt dat het college onrechtmatig heeft gehandeld door niet tijdig te beslissen en geen dwangsom toe te kennen, wat strijdig is met artikel 4:18 Awb Pro. De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het geen dwangsom toekent en stelt de dwangsom vast op €1.260,--. Het onderzoek naar arbeidsmogelijkheden is zorgvuldig verricht en het college hoeft niet de instemming van appellant te verkrijgen voor het onderzoek.
Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 december 2012.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot het betalen van een dwangsom van €1.260,-- wegens niet tijdig beslissen op bezwaar en in de proceskosten van appellant.